Coaching in de Cultuur logo

2001, Merijn Rengers

Merijn Rengers combineerde in 2001 de resultaten van drie recente loopbaanonderzoeken: Rollen en rolpatronen. Loopbanen van vrouwen en mannen in de podiumkunsten (Inkie Struyk en Merijn Rengers, Universiteit Utrecht), We zijn er bijna, maar nog (lang) niet helemaal. Over loopbanen van vrouwen in de beeldende kunst (Mieke Coupé, Erasmus Universiteit Rotterdam) en Toontje lager? Loopbaanverschillen tussen mannen en vrouwen in de toonkunsten (Nora Maartense, Universiteit Utrecht).


Er blijken grote verschillen te bestaan tussen de loopbanen van vrouwen en mannen in de kunstsector. In de meeste kunstdisciplines zijn er flinke inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen (het bruto jaarinkomen van mannen is 22 tot 30% hoger), terwijl mannen gemiddeld slechts een paar uur meer werken dan vrouwen. Ook blijkt dat mannen meer activiteiten ontplooien die direct samenhangen met het kunstenaarschap (optredens, exposities, opdrachten en dergelijke), dat het formele netwerk van mannen in het algemeen meer werk oplevert dan dat van vrouwen en dat de vrouwelijke respondenten meer gebruik maken van subsidies en andere regelingen van de overheid. De verschillen in loopbaansatisfactie tussen mannen en vrouwen zijn evenwel veel geringer dan men op grond van de verschillen in feitelijke loopbaanontwikkeling zou verwachten.
Rengers onderscheidt twee typen verklaringen:

  • macroverklaringen: deze betreffen verschillen in beloning en in invulling van de werkweek; in taakopvatting omtrent zorg; in opleiding of andere formele kwalificaties; in leeftijd; en verschillen tussen de kunstdisciplines
  • microverklaringen: die hebben betrekking op het feit dat vrouwen een andere loopbaan ambiëren dan mannen; dat vrouwen, als er kinderen zijn, daar meer tijd aan besteden dan mannen; dat vrouwen meer moeite hebben met het opbouwen en onderhouden van hun netwerk; en dat de loopbanen van vrouwen vaker stagneren dan die van mannen.

Rengers concludeert dat de verschillen in de carrières van mannen en vrouwen in de kunstsector, gezien de complexiteit van die verschillen, waarschijnlijk niet vanzelf zullen verdwijnen. De kunstsector lijkt wat betreft de sekseongelijkheid minder afwijkend van de andere sectoren dan men op het eerste gezicht zou denken. Deze constatering leidt tot de suggestie dat het niet voor de hand liggend is om – bij pogingen de sekseverschillen in de kunstsector te verkleinen – een andere route te kiezen dan die elders in de samenleving gevolgd wordt.
Hans van Maanen (Rijksuniversiteit Groningen), Lucia van Westerlaak (FNV KIEM) en Stef Oosterloo (Ministerie van OCenW) werden uitgenodigd om het onderzoeksrapport kritisch te lezen en beleidsaanbevelingen te geven. Die betroffen regelingen omtrent kinderopvang, subsidies, (bij)scholing, coaching, netwerken, onderzoek, kunstvakonderwijs en overheidsmaatregelen.
Kunst-werk (V/M) werd gepresenteerd tijdens de expertmeeting Verborgen Wetten (TIN, 4 oktober 2001).

Het onderzoeksrapport Kunst-werk (V/M). Loopbanen van vrouwen en mannen in de beeldende kunst, muziek en podiumkunsten (Merijn Rengers, Universiteit Utrecht, 2001) kunt u inzien bij de bibiotheek van TIN.

 

ga terug naar onderzoek